Woonprojecten van de toekomst

Sommige toekomstige woonmodellen lopen voor op regelgeving en andere kaders: ze verbinden betaalbaar wonen, verschillende initiatiefnemers en zeer diverse woonvormen. Enkel door een flexibel kader te creëren geven we mensen in deze woonmodellen kansen. Daar draait het toch om?

De woonmatrix

In het aanbod van woonmodellen voor mensen met een ondersteuningsnood kan men vooreerst een onderscheid maken tussen de zorggedreven woningen die centraal (vanuit vb. een vergunde zorgaanbieder) worden aangestuurd, de woonmodellen die tot stand komen in co-creatie, vanuit ondernemerschap en open innovatie, en tenslotte de samenlevingsgedreven modellen waarbij de samenleving echt inclusief en duurzaam is en elkeen zorg op maat krijgt in eigen omgeving. Binnen die driedeling onderscheiden we nog een driedeling die de woonmodellen nog verder opdeelt: specialistische (zeer hoge ondersteuningsnood) tot generalistische zorg (inclusievere woonvormen); aanbod- tegenover vraaggestuurd; en de mate waarin de persoon met een ondersteuningsnood afhankelijk is van de partijen die ondersteuning bieden. Ook op basis van degenen die initiatief neemt voor zorggerelateerd wonen kan men ook een categorisatie maken: Op initiatief van bewoner zelf, van ouders/familie, van een VZA, of van een vrijwilliger.
Het ultieme doel is dat iedereen met een ondersteuningsnood zorg- en woongarantie heeft in de omgeving die hij wil of nodig heeft.

Betaalbaarheid

Uiteraard moet het allemaal betaalbaar blijven. Door wie en hoe wordt deze nieuwe huisvesting gefinancierd? In de toekomst kijken we meer en meer naar sociale huisvestingsmaatschappij (sociaal huurtarief), sociaal verhuurkantoren (puntensysteem, doelgroepenplan, sociale huur met tussenkomst huursubsidie), social impact fonds (coöperaties ontwikkelen betaalbare infrastructuur voor kwetsbaren aan een verlaagd btw-tarief) waarbij de coöperatie verhuurt aan een sociaal verhuurkantoor (hoofdhuurder) of rechtstreeks aan een vzw (hoofd- en onderverhuurder) of rechtsreeks aan de bewoner. Verder zijn er ook wooncoöperaties die zich in cohousing afstemmen op betaalbare huisvesting (inclusief), is er gesubsidieerde infrastructuur en is er uiteraard ook de mogelijkheid om zelf te bouwen indien haalbaar.

Verbinding

Sommige nieuwe vormen van gemeenschappelijk wonen lopen voor op de regelgeving en ondervinden daarom moeilijkheden om te starten binnen een wettelijk kader. Zo kunnen organisaties die woonondersteuning bieden voor mensen met een beperking, ouder dan 65, niet weten of ze reglementair werken aangezien ze geen vergunning als WZC hebben. Kwaito ijvert daarom voor een regelluwe omgeving, voor verbinding tussen alle betrokkenen. Zorg moet uit die hoek komen, zorg is immers verweven met alle andere sectoren (als wonen, economie, mobiliteit, …). Denken over wonen is ook denken over generaties heen, modulair denken. Belangrijk hierbij is duidelijk te definiëren welke stakeholder (de mantelzorger, de buur, inwonend koppel, de VZA, thuisverpleging, lokale overheid …) welke rol of verantwoordelijkheid opneemt in de ondersteuning/zorg. En vergeet uiteraard ook niet de rol van ondersteunende technologie.

Auteur

Sofie Stoop

Sofie Stoop

coördinator Kwaito, projectcoördinator Pigas
info@pigas.be